DB2P - Verplichtingen en planning
FR NL
Welkom  >  Pensioeninstelling  >  Regelingen voor zelfstandigen  >  Verplichtingen en planning

VERPLICHTINGEN EN PLANNING

  1. WAPZ/RIZIV-regelingen

    De aangifte-instructies voor de WAPZ-regelingen (cf. pensioenovereenkomst zoals bedoeld in art. 42, 7° WAPZ en solidariteitsreglement zoals bedoeld in art. 42, 9° WAPZ) en de regelingen zoals bedoeld in art. 54, §1 en art. 54, §2 RIZIV wet, zijn op 24 januari 2012 goedgekeurd door het beheerscomité van de KSZ.

    De aangifteverplichtingen voor de VAPZ en RIZIV regelingen starten vanaf 2013 (cf. instructies WAPZ-RIZIV versie 01.00). Meer concreet, moet in 2013 een eerste overzicht van de individuele pensioenopbouw van de aangeslotene (AccountState) worden meegedeeld met als evaluatiedatum 31 december 2012. De berekening van de bedragen op 31 december 2012 kan later vallen – afhankelijk van de keuze van de pensioeninstelling – maar moet ten laatste gebeuren vóór 31 december 2013. De aangifte AccountState moet vervolgens ingediend worden binnen de 90 dagen na deze berekeningsdatum en ten laatste vóór 31 december 2013.

    Enkele voorbeelden maken dit duidelijk. Als de instelling ervoor kiest om de bedragen m.b.t. 31 december 2012 te berekenen op 1 januari 2013, dan moet ze volgens de instructies ten laatste op 31 maart 2013 een aangifte AccountState indienen. De instelling die de bedragen pas berekent op 1 november heeft geen 90 dagen meer, want zij moet ten laatste vóór 31 december 2013 de stand van de rekening meedelen.

    Pensioeninstellingen die de berekening van de reserves en prestaties in het begin van het jaar inplannen, moeten dan ook reeds vroeg in het jaar hun aangifte indienen. Bij een berekening op 1 januari moet ten laatste op 31 maart worden ingediend; op 1 februari is dit ten laatste 30 april en op 1 maart is dit ten laatste 31 mei.

    Tijdens het opstartjaar 2013 wordt een versoepeling voorzien. Als de berekeningsdatum valt in januari, februari of maart, moet de aangifte AccountState ten laatste vóór 30 juni 2013 worden meegedeeld (in plaats van binnen 90 dagen). Merk op dat vóór het indienen van een aangifte AccountState eerst de aangiftes CreateRegulation en CreateAccount moeten worden meegedeeld.

    In 2013 dient een eerste aangifte Deposit te worden overgemaakt ten laatste tegen 31 augustus en dit voor de stortingen verricht in 2012.

    De aangiften in het kader van deze regelingen kunnen in een simulatie-omgeving worden getest in de loop van december 2012. De definitieve aangiften kunnen dan vanaf 2013 worden aangegeven in productie. 

  2. Andere regelingen voor zelfstandigen

    Voor de extern gefinancierde aanvullende pensioenregelingen voor zelfstandige bedrijfsleiders gelden in 2013 enkel verplichtingen inzake de aangifte Premium. De eerste aangiftes Premium moeten worden meegedeeld ten laatste tegen 30 juni 2013. Deze aangiftes hebben betrekking op de gegevens nodig voor de berekening van de bijzondere bijdrage voor het bijdragejaar 2012 én voor het bijdragejaar 2013.

    Momenteel wordt voorzien dat de verplichtingen inzake onder andere de aangifte van de regeling en de (stand van de) rekening voor deze regelingen pas zullen gelden vanaf 2014.

    Ook wordt vanaf 2014 een uitbreiding van het toepassingsgebied van de instructies versie ZS 01.00 voorzien met de regelingen die worden gefinancierd door provisies op de passiefzijde van de balans van de onderneming of door een bedrijfsleidersverzekering.

FAQ
  1. Welke nieuwe aangifteverplichtingen brengt de invoering van de Wijninckx-bijdrage met zich mee?

    De invoering van de nieuwe bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 1,5% (ook wel Wijninckxbijdrage) brengt voor de pensioeninstellingen nieuwe aangifteverplichtingen mee. Vanaf 2013, moet jaarlijks tegen ten laatste 30 juni een aangifte Premium worden meegedeeld.

    Invoering Wijninckxbijdrage
    De programmawet van 22 juni 2012 (B.S. 26/06/2012) voert een bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 1,5% in op bijdragen voor de opbouw van aanvullende pensioenen. De zogenaamde ‘Wijninckxbijdrage’ wordt verder uitgewerkt in de programmawet van 27 december 2012 (B.S. 31/12/2012). De invoering gebeurt in twee fasen: van 1 januari 2012 tot 31 december 2015 is een overgangsregeling van toepassing die vanaf 1 januari 2016 wordt gevolgd door een definitieve regeling.
     
    Vanaf 2012 (tijdens de overgangsregeling), zijn werkgevers - voor elke werknemer - en vennootschappen - voor elke zelfstandige bedrijfsleider - verplicht om een bijdrage van 1,5% te betalen als de premies voor het aanvullend pensioen van deze werknemer of zelfstandige bedrijfsleider een jaarlijkse (geïndexeerde) drempel van 30.000 euro overschrijden.
     
    Berekening van de bijdrage
    Meer concreet, wordt de drempel afgetoetst aan de som van (1) de bedragen toegewezen aan de individuele rekening van de aangeslotene bij een pensioentoezegging van het type vaste bijdragen, vaste prestaties beheerd via individuele overeenkomsten of cash balance; (2) het bedrag van de evolutie van de (verworven) reserves van een aangeslotene bij een pensioentoezegging van het type vaste prestaties die niet wordt beheerd via individuele overeenkomsten en (3) het bedrag van de premie(s) voor de overlijdensdekking die niet wordt gefinancierd door bedragen toegewezen aan de rekening of door de evolutie van de verworven reserve.
    Deze som bevat voor werknemers de bedragen gefinancierd door zowel de werkgever als de werknemer. De Wijninckx-bijdrage is evenwel enkel verschuldigd op het gedeelte dat de drempel overschrijdt en enkel op het aandeel van de werkgever. De som voor zelfstandigen heeft enkel betrekking op de financiering door de vennootschap. Ook hier is de bijdrage enkel verschuldigd op het gedeelte dat de drempel overschrijdt.
    De Wijninckxbijdrage moet door werkgevers betaald worden aan de RSZ (cf. DMFA-aangifte) in het vierde kwartaal van elk bijdragejaar en voor het eerst in 2012. De vennootschappen moeten de bijdrage betalen aan de RSVZ ten laatste tegen 31 december van elk bijdragejaar.
     
    Impact voor de pensioeninstelling
    Om een correcte berekening van en efficiënte controle op de Wijninckxbijdrage mogelijk te maken, voorziet de programmawet van 27 december 2012 een administratieve procedure. De pensioeninstellingen moeten tegen 30 juni van elk bijdragejaar aan Sigedis de nodige informatie bezorgen om de inningsbasis voor de bijzondere bijdrage te berekenen. Sigedis stelt de ontvangen gegevens vervolgens tegen 30 september ter beschikking van de werkgevers (zodat zij de bijdrage correct kunnen berekenen en betalen) en van de inningsinstellingen (met het oog op de controle). De procedure treedt in werking vanaf 2013.
     
    De informatie die de pensioeninstellingen moeten meedelen aan DB2P in het kader van de Wijninckxbijdrage voor zelfstandigen wordt beschreven in de aangifte-instructies versie ZS (cf. sectie 5.1.1. aangifte Premium). Dit is een nieuw document met instructies over de extern gefinancierde aanvullende pensioenregelingen voor zelfstandigen. Regelingen die worden gefinancierd door provisies op de passiefzijde van de balans van de onderneming of door een bedrijfsleidersverzekering behoren niet tot het toepassingsgebied. Deze versie van de instructies heeft ook geen betrekking op de pensioenovereenkomsten zoals bedoeld in art. 42, 7° WAPZ (cf. VAPZ-overeenkomsten) en art. 54, § 1 en 2 RIZIV wet (cf. RIZIV-overeenkomsten). Momenteel bevat het nieuwe document (versie ZS 01.00) enkel instructies voor de aangifte Premium.
    De eerste aangiftes Premium moeten worden meegedeeld ten laatste tegen 30 juni 2013. Deze aangiftes hebben betrekking op de gegevens nodig voor de berekening van de bijzondere bijdrage voor het bijdragejaar 2012 én voor het bijdragejaar 2013.