DB2P - Verplichtingen en planning
FR NL

VERPLICHTINGEN EN PLANNING

  1. Verplichtingen

    Pensioeninstellingen moeten sinds 2011 informatie bezorgen aan DB2P over de toezeggingen die zij beheren. Zij moeten de toezegging registreren en de kenmerken hiervan meedelen. Vervolgens moet de pensioeninstelling informatie meedelen over de financiering van de toezegging en een stand overmaken van de individuele pensioenopbouw van elke aangeslotene. Deze verplichtingen worden vastgelegd in de aangifte-instructies

     

  2. Planning

    Sinds 2011 moeten de regelingen voor werknemers worden aangegeven aan DB2P. Het gaat om de collectieve en individuele pensioentoezeggingen en de solidariteitstoezeggingen. Ook de regelingen voor werknemers in de overheidssector vallen hieronder. Zij moeten sinds 2012 geregistreerd worden.

    Vanaf 2014 wordt het toepassingsgebied nog uitgebreid en gelden er ook aangifteverplichtingen voor:

    • de regelingen die de WAP voorziet na uittreding van een aangeslotene
    • de regelingen waarvoor het beheer en de financiering worden beperkt door de pensioeninstelling

    Alle nodige informatie om aan deze verplichtingen te voldoen is in de aangifte-instructies  voor andere WAP beschikbaar.

    Ook de registratie van de individuele pensioentoezeggingen die nog intern worden gefinancierd is verplicht vanaf 2014. De registratie moet gebeuren door de werkgever via de online toepassing voor werkgevers.

     

FAQ
  1. Welke nieuwe aangifteverplichtingen brengt de invoering van de Wijninckxbijdrage met zich mee?

    De invoering van de nieuwe bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 1,5% (ook wel Wijninckxbijdrage) brengt voor de pensioeninstellingen nieuwe aangifteverplichtingen mee. Vanaf 2013, moet jaarlijks tegen ten laatste 30 juni een aangifte Premium worden meegedeeld.

    Invoering Wijninckxbijdrage
    De programmawet van 22 juni 2012 (B.S. 26/06/2012) voert een bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 1,5% in op bijdragen voor de opbouw van aanvullende pensioenen. De zogenaamde ‘Wijninckxbijdrage’ wordt verder uitgewerkt in de programmawet van 27 december 2012 (B.S. 31/12/2012). De invoering gebeurt in twee fasen: van 1 januari 2012 tot 31 december 2015 is een overgangsregeling van toepassing die vanaf 1 januari 2016 wordt gevolgd door een definitieve regeling.
     
    Vanaf 2012 (tijdens de overgangsregeling), zijn werkgevers - voor elke werknemer - en vennootschappen - voor elke zelfstandige bedrijfsleider - verplicht om een bijdrage van 1,5% te betalen als de premies voor het aanvullend pensioen van deze werknemer of zelfstandige bedrijfsleider een jaarlijkse (geïndexeerde) drempel van 30.000 euro overschrijden.
     
    Berekening van de bijdrage
    Meer concreet, wordt de drempel afgetoetst aan de som van (1) de bedragen toegewezen aan de individuele rekening van de aangeslotene bij een pensioentoezegging van het type vaste bijdragen, vaste prestaties beheerd via individuele overeenkomsten of cash balance; (2) het bedrag van de evolutie van de (verworven) reserves van een aangeslotene bij een pensioentoezegging van het type vaste prestaties die niet wordt beheerd via individuele overeenkomsten en (3) het bedrag van de premie(s) voor de overlijdensdekking die niet wordt gefinancierd door bedragen toegewezen aan de rekening of door de evolutie van de verworven reserve.
    Deze som bevat voor werknemers de bedragen gefinancierd door zowel de werkgever als de werknemer. De Wijninckxbijdrage is evenwel enkel verschuldigd op het gedeelte dat de drempel overschrijdt en enkel op het aandeel van de werkgever. De som voor zelfstandigen heeft enkel betrekking op de financiering door de vennootschap. Ook hier is de bijdrage enkel verschuldigd op het gedeelte dat de drempel overschrijdt.
    De Wijninckxbijdrage moet door werkgevers betaald worden aan de RSZ (cf. DMFA-aangifte) in het vierde kwartaal van elk bijdragejaar en voor het eerst in 2012. De vennootschappen moeten de bijdrage betalen aan de RSVZ ten laatste tegen 31 december van elk bijdragejaar.
     
    Impact voor de pensioeninstelling
    Om een correcte berekening van en efficiënte controle op de Wijninckxbijdrage mogelijk te maken, voorziet de programmawet van 27 december 2012 een administratieve procedure. De pensioeninstellingen moeten tegen 30 juni van elk bijdragejaar aan Sigedis de nodige informatie bezorgen om de inningsbasis voor de bijzondere bijdrage te berekenen. Sigedis stelt de ontvangen gegevens vervolgens tegen 30 september ter beschikking van de werkgevers (zodat zij de bijdrage correct kunnen berekenen en betalen) en van de inningsinstellingen (met het oog op de controle). De procedure treedt in werking vanaf 2013.
    De informatie die de pensioeninstellingen moeten meedelen aan DB2P in het kader van de Wijninckxbijdrage voor werknemers wordt beschreven in de aangifte-instructies versie WAP (cf. sectie 5.5.2). 
     
    De eerste aangiftes Premium moeten worden meegedeeld ten laatste tegen 30 juni 2013. Deze aangiftes hebben betrekking op de gegevens nodig voor de berekening van de bijzondere bijdrage voor het bijdragejaar 2012 én voor het bijdragejaar 2013.